De keuze voor de combinatie olie / koudemiddel is bepalend voor het optimaal functioneren van uw installaties



Een compressor produceert koude door verdamping op constante druk van een koudemiddel in vloeibare staat. Dit gevolgd door een compressie en een condensatie van de vloeistof om van dampstatus naar vloeibare status te gaan. Er wordt een compressor gebruikt, die gesmeerd moet worden. Het goed functioneren en een optimale prestatie worden gegarandeerd door de keuze van het koudemiddel en de olie die compatibel zijn met de machines, de soort verdampers (systeem met directe of indirecte expansie) en het gewenste resultaat.



Het koelcircuit is ontworpen met bepaalde druk-, temperatuur- en expansie eigenschappen, wat een onberispelijke compatibiliteit vereist tussen de olie en het koudemiddel.


 

Rol van het smeermiddel in een koelcircuit, 3 voornaamste functies:

- smering van de bewegende mechanische delen,

- lekdichtheid,
- motorvloeistof voor sommige regel- en koelvoorzieningen, bijvoorbeeld bij schroefcompressoren.


Hoewel de aanwezigheid ervan onmisbaar is voor de compressor ter voorkoming van wrijving, slijtage en verhoging van de lekdichtheid, moet de aanwezigheid van olie in het koelcircuit beperkt worden om verlies van thermische lekdichtheid te voorkomen.

 

Essentiële kenmerken:

 

- Het smeervermogen: houdt verband met de dikte van de olielaag.
- De oplosbaarheid van het koudemiddel in gasvorm.
- De mengbaarheid van het koudemiddel in vloeibare vorm.
- De viscositeit: weerstand tegen temperatuurschommelingen.
- Het vlokpunt: belangrijk, met name in het kader van de reconversie van de installatie.


Bijvoorbeeld: in een installatie met R-134a en polyolesterolie (POE) ISO 22 stijgt het vlokpunt van de POE olie van -53°C (zonder minerale resten) met een percentage van 5% restant van minerale olie in de installatie naar +16°C.

De olie heeft vele andere kenmerken, zoals het vloeipunt, de doorslagvastheid, het vochtgehalte, de chemische stabiliteit, de thermische stabiliteit, de weerstand tegen hydrolyse en de zuurindex.

 

Ombouwen van een installatie: olie als spoelmiddel

Bij ombouw van een goed functionerende installaties naar een HFK, kan een POE gebruikt worden om te spoelen. Door ervaring wijs geworden, raadt Climalife het gebruik van een POE olie met de juiste viscositeit aan om minerale- of alkylbenzeenolie te verwijderen. Dit proces vindt plaats op het moment dat de werkende installatie nog voorzien is van een HCFK en dient middels een oliewissel herhaald te worden.


De compatibiliteit van alle componenten moeten vooraf gecontroleerd worden en zal worden gecombineerd met een bepaald aantal maatregelen en voorzorgmaatregelen voor gebruik. Wanneer de minimale restwaarde bereikt is (controle door DPH analyse), na opvangen van het HCFK koudemiddel en vervanging van alle niet compatibele componenten, kan het vervangende HFK koudemiddel geladen worden met een nieuwe POE olie.


De installatie kan nu opnieuw worden opgestart en geoptimaliseerd met aangepaste instellingen. Als het gebruik van een oplosmiddel niet nodig is, blijft deze oplossing veel eenvoudiger en sneller.

 

Controle van de staat van de olie:

De olie speelt een essentiële rol voor het correct functioneren en de verlenging van de levensduur van de installatie. Om de staat ervan te kennen bestaan verschillende controlemiddelen

Zuurgraadtest:
Climalife biedt de Acitest Unipro in een enkele flacon om onmiddellijk en
ter plaatse de zuurgraad van de gebruikte olie te controleren (onafhankelijk van het type MN/AB/POE...).


De DPH analyses: voor grotere installaties of installaties met een onderhoudscontract.

De DPH (voor Nederland en België de "Dehon Sample Oil Analysis") wordt in een laboratorium uitgevoerd en bepaald net zo nauwkeurig als een medische analyse de gezondheid van uw olie en dus van uw installatie. De waarden van de olie worden vergelijken met ijkwaarden en de aanbevelingen worden door onze experts gedaan.

Artikel opgesteld door Pierre-Emmanuel Danet
Verantwoordelijke technische ondersteuning Climalife