Kan de bio-economie de milieuproblematiek van de toekomst het hoofd bieden? CO2-neutraal in 2050: een utopie of een uitdaging?


Het verminderen van onze CO2-voetafdruk zonder aan concurrentievermogen in te boeten, zijn doelstellingen die in eerste instantie onverenigbaar lijken. Toch is het streven naar een CO2- neutrale wereld de belangrijkste economische en maatschappelijke uitdaging van de toekomst.

 

Interview met Christophe Rupp-Dahlem, voorzitter van het Franse centrum Industrie Agrarische Hulpbronnen (IAR) & Directeur Publieke Zaken van de Groep Roquette.

 

Een gezamenlijk besef zet de industrie ertoe aan zich in te zetten voor een ecologische transitie: van biomassa naar een bio-economie, groene groei is een uitdaging die de toekomst van de wereld zal vormgeven. In het energiebeleid lijkt het terugdringen van de CO2-uitstoot een algemene doelstelling te worden.


Het vervangen van petrochemische bestanddelen door hernieuwbare hulpbronnen: een dynamische ontwikkeling die nog beperkt wordt door de economie maar die een antwoord kan bieden op toekomstige uitdagingen.


Het IAR (Industrie Agrarische Hulpbronnen) is een belangrijke speler in de toonaangevende Franse Bio-economie en telt 450 leden, waaronder wereldleiders in de productie en de verwerking van biomassa, zoals Roquette: een bedrijf dat pionier is op het gebied van onderzoek naar plantaardige eiwitten.

 

Het IAR heeft als taak bedrijven te begeleiden bij hun innovatieprojecten ten gunste van de bio-economie, waarvoor de voorzitter Christophe Rupp-Dahlem zich al meer dan 10 jaar inzet. Christophe Rupp-Dahlem definieert bio-economie als het geheel van activiteiten op het gebied van de productie en de verwerking van biomassa ten behoeve van de voedsel-, energie- en industriële productie.

 

Van het veld tot aan de consument worden landbouwproducten getransformeerd in talrijke oplossingen voor de industrie en onze dagelijkse toepassingen. Plantaardige chemie bestond al voordat aardolie werd ontdekt en lijkt nu geleidelijk zijn plaats weer in te nemen in de industrie om de klimaatkwesties het hoofd te kunnen bieden.


Steeds meer bedrijven hebben tegenwoordig als doel om hun CO2-voetafdruk te verminderen door het gebruik van bio-gebaseerde moleculen, maar de prijs lijkt echter nog een remmende werking te hebben op de ontwikkeling ervan.

 

Van de 17,5 miljoen personen die bij de bio-economie betrokken zijn in Europa, vertegenwoordigt alleen de voedingsindustrie al 50% van het afzetgebied qua volume.

 

Andere sectoren zoals de cosmetische en de farmaceutische industrie ontwikkelen zich ook op basis van biomassa, door omstreden bestanddelen te vervangen of door middel van onderscheidende producten met nieuwe eigenschappen.


De doelstelling om 20% van de chemische producten uit hernieuwbare hulpbronnen te produceren is nog niet bereikt, maar de tendensen zijn optimistisch, vooral op de speciale markten waar zich nieuwe toepassingen ontwikkelen, zoals verf en vernis. Dit terwijl ook producten van biologische oorsprong worden gestimuleerd door de invoering van wetten die het milieueffect van producten reguleren.


Als producent van procesvloeistoffen en actief lid van het IAR vervult Climalife een voortrekkersrol in het onderzoek naar bio-gebaseerde moleculen: van betaïne tot de fermentatie van planten in zijn formuleringen. Climalife kan vandaag getuigen van een groeiende belangstelling voor zijn nicheproducten.

 

Decarbonisering: een middel voor groei en succes in de industrie


Nu de fossiele grondstoffen schaarser worden, zorgt het gebruik van biomassa er niet alleen voor dat deze behouden blijven, maar zou het de industrie kunnen helpen om beter te presteren.


Energie-efficiëntie, kostenbeheersing, productdiversificatie en de ontwikkeling van de circulaire economie zijn doeltreffende middelen om het concurrentievermogen te vergroten.


Door het onderzoek naar industriële biotechnologieën te intensiveren, helpen energiezuinigere procedures, die dus gunstiger zijn voor de levenscyclus, ons voor te bereiden op de toekomst, in een tijd waarin talloze bedrijven de weg inslaan naar een koolstofarme toekomst.

 

Investeren in innovatie om ons voor te bereiden op de moleculen van de toekomst, en de handen ineenslaan om interessante markten voor ons te winnen, is van cruciaal belang voor een bio-gebaseerde toekomst.

 

Innovatieve producten, die vandaag de dag een betere CO2 voetafdruk hebben dan de producten op basis van aardolie op de markt, bieden kansen. De ontwikkeling van bio-gebaseerde producten blijft nog duidelijk verbonden aan de olieprijs, het juiste evenwicht tusssen investeringskosten en milieu-effecten moet gevonden worden met oog op de toekomst.

 

“De uitdaging van de toekomst voor de industrie is te leren hoe zij koolstofarm kan worden gemaakt door te trachten de CO2-uitstoot in verband met energieverbruik en verwerkingsprocedures te beperken” Aldus Christophe Rupp-Dahlem